Nieuws
Tip 9 – Sta vroeg op!

Als je een avondmens bent en je krijgt tot in de late uurtjes een hoop gedaan, ga dan vooral zo door. Wat dat betreft, is er niet veel verschil tussen de late avond en de vroege ochtend: het is rustig en er is minder afleiding. Aan de andere kant zijn de ochtenduren voor veel mensen erg productief. Het is makkelijker om een ochtendroutine te ontwikkelen die helemaal bij jou past: even de hond uitlaten, een gezond ontbijt, een half uurtje lezen, je e-mails checken etc. De ochtend is helemaal van jou. De ochtend is een frisse start, een nieuwe dag met nieuwe kansen, mogelijkheden en oplossingen. Door ‘s morgens je eerste succesjes te boeken, open je de weg voor meer resultaat met minder energie.

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr4 | labels | geef een reactie
Tip 10 – Doe de belangrijkste dingen eerst

Begin de dag met de belangrijkste punten van je actielijst. Doe eerst de dingen die ècht af moeten vandaag en doe daarna pas de leuke en makkelijke dingen! We weten allemaal hoe hectisch een dag soms kan worden. Als je de belangrijkste punten van je actielijst uitstelt tot het einde van de dag, komen ze er meestal niet meer van en belanden ze de dag erna weer bovenaan je lijstje. Bedenk ‘s morgens voordat je binnen komt wat je die dag wilt bereiken. Doe dat voordat je je computer aandoet, je e-mails begint te lezen of een kopje koffie gaat halen. Laat je niet afleiden en meesleuren in de waan van de dag maar begin met het belangrijkste actiepunt van je lijst. Als je die af hebt, kun je een kopje koffie gaan halen of een telefoontje plegen. En daarna begin je aan het tweede belangrijke punt van de lijst. Probeer elke dag de 3 belangrijkste dingen van je actielijst af te strepen. Meer hoeft echt niet om productief te zijn! Als je dat lukt, worden de kikkers steeds kleiner (zie www.eatthatfrogmovie.com).

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr4 | labels | geef een reactie
Boekentips productiviteit

PEP (het Persoonlijk Efficiency Programma), Kerry Gleeson. Dankzij Kerry Gleesons revolutionaire boek PEP® (het PersoonlijkEfficiency Programma), krijgen meer mensen hun werk af en voelen ze zich beter op hun werk. Leer organiseren en een no-nonsense vergadering te leiden. Ga efficiënt om met e-mail en andere communicatiemiddelen en houd zo meer grip op je werk. Als je efficiënter werkt, ben je eerder klaar en houd je meer tijd over die je zelf kunt indelen. Zo is het een stuk makkelijker om die wankele balans tussen werk en privé weer te vinden. De vierde editie van deze ultieme werkbesparende, stressreducerende, carrièreversterkende gids helpt je elke uitdaging op het werk aan te gaan. Met alle aandacht voor de moderne communicatiemiddelen leer je hoe je jezelf organiseert, je niet meer overstelpt voelt en jezelf bevrijdt van stress, zaken voor elkaar krijgt met de minste moeite, een einde maakt aan de niet-aflatende e-mailstroom, effectief en efficiënt vergaderingen leidt, minder tijd op kantoor doorbrengt en meer vrije tijd overhoudt.

De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, Stephen R. Covey. Een gemakkelijk lezend studieboek voor mbo-opgeleiden en hoger. Via de zeven gepostuleerde ‘eigenschappen’ worden de persoonlijke ervaringen van de schrijver als vader en als bedrijfsadviseur, met macht en invloed, bevoegdheid en verantwoordelijkheid, zelfdiscipline en planmatige aanpak etc., de lezer als spiegel voorgehouden. Het boek handelt eigenlijk over gedrag en gedragsverandering (effectiviteit, efficiëntie, tijdmanagement, delegeren, betrouwbaarheid etc.) en daarnaast over leiderschap. Het leiden (een visie uitdragen) wordt daarbij duidelijk onderscheiden van het managen (het beheersen van een proces). Het uitvoeren van de na elk hoofdstuk gegeven praktische aanbevelingen garandeert niet een effectief leiderschap of efficiënt management, maar een bewuster ervaren van het eigen gedrag en dat van anderen.

Getting things done – Prettig en efficiënt werken zonder stress, David Allen. Moderne (communicatie)technieken hebben ons leven gemakkelijker gemaakt, maar niet overzichtelijker. Dagelijks worden we met zoveel informatie geconfronteerd dat we deze voortdurend moeten verwerken en organiseren om enige orde in ons werkend en privéleven te houden. Dat kan tot stress leiden. De auteur van dit boek onderkent dit probleem en reikt ons hier een methode aan om efficiënt en effectief (dus zonder stress) te kunnen werken. Hij laat zien hoe we ons zakelijke en privéleven met eenvoudige hulpmiddelen (het in-bakje, lijstjes, agenda, prullenbak) kunnen organiseren. De opzet van dit (werk)boek is zo gekozen dat ermee in de praktijk geoefend kan worden. Ofschoon we veel hulpmiddelen die de auteur te berde brengt al kennen, beoogt het boek ons een methode bij te brengen, waarvan de toepassing ons uiteindelijk verlost van overbodige stress.


Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr4 | labels | geef een reactie
Zin in zon?

Droom even met mij mee… Mooie stranden, lekker zonnetje en uitzicht op zee… Verlang jij daar ook zo naar? Dan hebben wij vast een leuk idee voor jou!

Van 3 t/m 8 oktober 2011 organiseren wij namelijk een Personal Development Seminar aan de Costa Brava in Spanje! Gewoon eens even wat anders: werken aan jezelf in een bijzondere omgeving! We hebben een heel leuk hotelletje gevonden, in een kleine baai, waar we het nuttige met het aangename gaan combineren. Aandacht voor jouw persoonlijke ontwikkeling èn ruimte voor een strandwandeling of een mijmerende blik op zee.

Steeds vaker ontvangen we inschrijvingen van ex-deelnemers die weer opnieuw in de flow van PDS willen komen. Ben jij of ken jij zo iemand, overweeg dan eens deze bijzondere ervaring!

En de kosten zijn niet eens zoveel hoger dan een seminar op de Veluwe: € 1.900,= voor het seminar en € 700,= voor reis- en verblijfkosten. Voor dat geld word je maar liefst vijf dagen geïnspireerd (dat is dus 1 dag langer dan normaal!), verblijf je in een leuk hotel (inclusief overnachtingen en maaltijden) en heb je een retourticket Amsterdam-Barcelona. Dat klinkt toch heel aantrekkelijk!

Het aantal plaatsen is beperkt, dus als je geïnteresseerd bent, reageer dan snel en bel mij op 0297-368 998. Of stuur een mailtje naar info@exelix.nl.

Dat is nog eens meer resultaat met minder energie!

Groet!

Liesbeth

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr2 | geef een reactie
Wat is het verschil tussen optimisten en pessimisten?

Optimisme is niet synoniem aan opgewektheid of blijdschap. Een optimist kan best opgewekt of blij zijn, maar dat kan een pessimist ook. In zijn boek Learned Optimism onderscheidt Martin Seligman -een Amerikaanse hoogleraar psychologie die al bijna dertig jaar onderzoek doet naar positieve gevoelens- optimisten en pessimisten niet van elkaar op grond van hun stemming op een bepaald moment, maar op grond van hoe zij doorgaans reageren op de dingen die hun overkomen. Psychologen noemen dat de ‘verklarende stijl’. Volgens Seligman denken mensen met een pessimistische instelling dat nare gebeurtenissen altijd hun eigen schuld zijn en dat de gevolgen ervan lang, misschien wel eeuwig voortduren. Sterker nog, ze maken negatieve extrapolaties en geloven bijvoorbeeld dat die ene nare gebeurtenis alles zal bederven wat ze ooit verder nog in hun leven proberen te bereiken. In hun beoordeling van een woordenwisseling met hun partner, een tegenvallend examenresultaat of een foutje in het verkeer benadrukken ze de blijvende, onvermijdelijke en universele aspecten. Ken jij iemand die strooit met uitspraken als ‘ik ben volledig uitgeteld’, ‘ik zal nooit afvallen’, ‘je praat nooit met me’ of ‘tennis is ook helemaal niets voor mij’? Dan ken je een pessimist. Optimisten daarentegen vervangen volgens Seligman het pessimistische scenario met beweringen als ‘ik ben vanavond doodmoe’, ‘op vakantie afvallen is eigenlijk best een uitdaging’, ‘ik wou dat je wat meer met me praatte’ en ‘het ging vandaag niet zo goed op de tennisbaan’. Ook als een pessimist een goede dag heeft, zweeft er wel ergens een donker wolkje, zoals blijkt uit opmerkingen als ‘goh, het is eindelijk een van de weinige dagen dat ik eens geluk heb’ en ‘ik, afgevallen? Dan zal ik wel lintwormen hebben’. Een optimist zal prettige of succesvolle ervaringen juist een algemener, blijvender effect toekennen: ‘jeetje, ik ben een geluksvogel’ en ‘op dieet blijven was soms lastig, maar het had wel effect’.

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr3 | labels | geef een reactie
Wat zeg jij tegen jezelf als er iets naars gebeurt?

Wanneer er iets naars gebeurt, zal een pessimist dat verklaren met woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’, terwijl een optimist termen als ‘de laatste tijd’ en ‘soms’ bezigt. En als er eens iets goeds is, verklaren pessimisten dat met woorden die duiden op voorbijgaande aard, terwijl optimisten succesvolle gebeurtenissen beschouwen als normaal of gewoon iets wat je best mag verwachten. Sharot, als onderzoeker verbonden aan het Wellcome Trust Centre for Neuroimaging aan het University College in Londen, stelt dat optimisme bestaat uit de ‘overschatting van de kans op positieve gebeurtenissen en de onderschatting van de kans op negatieve gebeurtenissen in de toekomst’.

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr3 | labels | geef een reactie
Moeten we kinderen optimisme aanleren?

Om eerlijk te zijn: ja! Optimisme kan bescherming bieden tegen depressiviteit en angststoornissen en kan de emotionele veerkracht vergroten. Optimisten hebben een betere lichamelijke gezondheid dan pessimisten en herstellen sneller van bijvoorbeeld een hartaandoening. Optimisme helpt om beter met stress om te gaan en heeft over het geheel genomen een positief effect op het immuunsysteem. Bovendien zoeken de meeste mensen graag het gezelschap van optimisten. Vergeleken met pessimisten hebben ze meer vrienden en meestal een groter sociaal netwerk, wat weer bevorderlijk is voor de gezondheid. Met alle sombere berichten om ons heen (over de economie, over het milieu, over natuurrampen) is het verleidelijk pessimistisch te zijn. Maar dat betekent niet dat we gedoemd zijn tot pessimisme. Optimisme zit wel degelijk in de mens ingebouwd. Volgens Sharot voldoet zelfs zo’n tachtig procent van de mensen aan de psychologische criteria voor optimisme, ongeacht leeftijd, ras, geslacht of cultuur. En voor wie daar niet toe behoort, of voor wie optimisme niet natuurlijk genoeg komt: het mooie is dat je optimisme kunt leren. Het vergt alleen een beetje oefening en, verrassend genoeg misschien, een gezonde dosis durf, doorzettingsvermogen, zelfkritiek en redeneerkunst.

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr3 | labels | geef een reactie
Vind jij jezelf een realist, pessimist of optimist?

De verschillen in verklarende stijl zijn erg belangrijk. Pessimisme wordt beschouwd als een ernstige risicofactor voor depressiviteit. Na een tegenslag zet pessimisme een rem op alle ambities op het persoonlijke, creatieve en beroepsmatige vlak. Geen wonder dat pessimisme een zelfbevestigende voorspelling wordt. Als je niet gelooft dat iets zal lukken, geef je al snel elke poging op. Dit soort mensen, de zogeheten ‘dispositionele pessimisten’, zijn geen volhouders. En wanneer precies gebeurt wat ze hadden voorspeld -dat ze falen- dan kunnen ze er niet eens van genieten dat ze gelijk hadden. Ze voelen zich alleen maar beroerder. Doorzetten, ondanks alle problemen of zelfs mislukkingen, is daarentegen kenmerkend voor optimisme. Eerlijkheidshalve moet worden gezegd dat pessimisme soms samengaat met realisme, accuraatheid en een hoog prestatieniveau op academisch, professioneel en persoonlijk vlak. Neem de co-piloot van een passagiersvliegtuig, die voor vertrek om het vliegtuig heen moet lopen om te zien of er problemen zijn, misschien zelfs wel in de veronderstelling dat er werkelijk een probleem valt te ontdekken. Wie in dat vliegtuig zit, wil niet dat de co-piloot heeft gedacht: ‘Ach, de meeste vliegtuigen komen veilig aan. Ik ben er redelijk optimistisch over dat dat nu ook gebeurt. Het zal wel goed zijn.’

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr3 | labels | geef een reactie
Beschermt optimisme tegen depressiviteit?

Optimisten zijn vaak ijverige doorzetters, maar dat is niet de voornaamste reden dat psychologen als Seligman een optimistische instelling aanbevelen. Optimisme biedt bescherming tegen depressiviteit, terwijl pessimisme juist een risicofactor is. Volgens het Amerikaanse instituut voor geestelijke gezondheidszorg is depressiviteit de belangrijkste oorzaak van arbeidsongeschiktheid voor Amerikanen van 15 tot 44 jaar en heeft jaarlijks bijna 7 procent van de Amerikanen er last van. In 2006 pleegden 33.000 Amerikanen zelfmoord en leed 90 procent van hen aan een diagnosticeerbare geestelijke aandoening, meestal depressiviteit. Onder Europeanen lijden al net zoveel mensen aan depressies. In Groot-Brittannië ligt het aantal gevallen van depressiviteit rond de 10 procent. In Europa als geheel is zelfmoord in de leeftijdsgroep van 20 tot 44 de op één na belangrijkste doodsoorzaak (na verkeersongelukken) met meer dan dertig procent van het aantal doden onder jonge volwassenen. Het Europese zelfmoordcijfer vertoont grote geografische verschillen: Helsinki heeft het hoogste (314 per 100.000) en Guipuzcoa in Spanje het laagste (45 per 100.000). Uit recent onderzoek blijkt de effectiviteit van antidepressiva bij de behandeling van milde of gematigde vormen van depressiviteit twijfelachtig te zijn, al lijken deze middelen bij ernstige depressies wel effectief. Psychoanalyse helpt in het algemeen niet tegen depressiviteit. Seligman stelt in Learned Optimism dat we misschien wel zonder het te beseffen een depressievriendelijke omgeving hebben geschapen door het eindeloos bespreken en analyseren van onze persoonlijke problemen, een proces dat onder psychologen bekendstaat als ruminatie (ofwel malen). Vooral jonge meisjes kunnen gevoelig worden voor depressies en angststoornissen als ze veel vriendinnen hebben met wie ze lekker kunnen doorzagen over de dingen die mis lijken te gaan in hun leven.

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr3 | labels | geef een reactie
Wat is de relatie tussen denken-voelen-gedrag?

In een programma voor de universiteit van Pennsylvania dat was bedoeld om aankomende eerstejaars met grote kans op stress te herkennen en te helpen, toonde Seligman aan dat verandering van de verklarende stijl bij mensen met dispositioneel pessimisme kan helpen tegen angst en depressie. In de eerste van een reeks studies verzochten Seligman en zijn collega’s aankomende eerstejaars een vragenlijst in te vullen om hun verklarende stijl te achterhalen. De studenten met de meest pessimistische instelling werd gevraagd deel te nemen aan het onderzoek en 231 stemden daarmee in.

De helft van de deelnemers begon aan een achtweeksprogramma van twee uur durende groepsbijeenkomsten eenmaal per week, plus huiswerk. Ze kregen informatie over de relaties tussen gedachten, gevoelens en gedrag en hoe ze hun eigen automatische negatieve gedachten konden herkennen, die moesten weerleggen en vervangen door constructievere gedachten. Verder leerden ze over tijdmanagement en technieken tegen treuzelen, over stressmanagement en contactuele vaardigheden, en ze kregen assertiviteitstraining. De studenten in de andere groep moesten zonder hulp het eerste jaar zien door te komen. Drie jaar lang bleven de onderzoekers toekijken, afwachten en de resultaten evalueren. De studenten die het achtweekse programma van deze cognitieve gedragstherapie hadden doorlopen, hadden veel minder kans op angststoornissen en iets minder kans op perioden van matige depressiviteit. Ernstige depressies -een stoornis die beter met medicijnen kan worden bestreden- kwamen in beide groepen evenveel voor. Seligman meldde ook nog dat de studenten met de groepstraining een verbetering van verklarende stijl te zien gaven en in plaats van verklaringen als ‘ik zal nooit Spaans leren spreken’ tot uitspraken kwamen als ‘dat tentamen Spaans was lastiger dan ik had verwacht’. In de jaren na de introductie van dit programma heeft Seligmans team zijn methode aangevuld met materiaal op internet en coaching via e-mail.

Onderdeel van Nieuwsbrief 2011 nr3 | labels | geef een reactie